Twee verblijfplaatsen voor kinderen

In principe kan je maar één verblijfplaats hebben. Dat is je domicilie – de verblijfplaats die op je identiteitskaart staat. Kinderen van gescheiden ouders, zeker als ze een gelijke tijd verblijven bij elke ouder, hebben eigenlijk twee verblijfplaatsen. Een hoofdverblijfplaats bij de ene ouder, en een tweede verblijfplaats bij de andere ouder.

Kinderen fiscaal ten laste

Tenzij ouders aan fiscaal co-ouderschap doen, zijn de kinderen meestal ten laste bij één ouder. De andere ouder kan dan de een groot stuk van de betaalde onderhoudsbijdragen aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Strikt juridisch kan de domicilie van de kinderen bij de ene ouder zijn, terwijl de andere ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt.

De fiscus doet hier echter tegenwoordig moeilijk over – zelfs al is dit duidelijk aangegeven in de EOT (echtscheiding met onderlinge toestemming) of de ouderschapsovereenkomst of het vonnis. Om veilig te spelen is het best dat de ouder bij wie de domicilie van de kinderen is, de kinderen fiscaal ten laste neemt.

De tweede verblijfplaats

De andere ouder kan dan de kinderen in zijn gemeente inschrijven in het verblijfsregister. Zo hebben de kinderen een gedeeld verblijf. De hoofdverblijfplaats is de domicilie van de kinderen en de tweede verblijfplaats is bij de andere ouder. Die tweede verblijfplaats wordt ook ingeschreven in het bevolkingsregister van de andere ouder. De vermelding wordt dus opgenomen in beide dossiers.

Twee verblijfplaatsen – voordelen

Twee verblijfplaatsen geeft voordelen. Kinderen hebben immers kortingen en sociale voordelen in de gemeente waar zij zijn ingeschreven. Denk aan de gemeentelijke bibliotheek, het zwembad, sportverenigingen. Door de kinderen ook in te schrijven in de tweede gemeente hebben ze die voordelen in de gemeenten van hun beide ouders.

Comments are closed.