Verblijfsregeling jonge kinderen

Over verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders is al veel empirisch onderzoek gedaan. Niettegenstaande er binnen de onderzochte groepen steeds grote verschillen zitten, is iedere onderzoeker het over één punt volledig eens. Namelijk dat er pas voor een verblijf, zoals één week bij de ene ouder en één week bij de andere ouder, kan worden gekozen als het kind voldoende zicht heeft in tijd en ruimte. Daarenboven moet het kind voldoende gehecht zijn aan beide ouders.

Zie hier ook voor voorbeelden van verblijfsregelingen.

Gedrag van het kind

Een verblijfsregeling moet aangepast zijn aan de leeftijd van het kind. Verder moet er gelet worden op de gedragingen van het kind. Met andere woorden: het kind mag geen hinder ondervinden van de verblijfsregeling. Hiertoe moeten uiteraard beide ouders daarop toezien. Maar indien mogelijk ook externe opvoeders, zoals onthaalmoeder, zorgleerkrachten, de juf of titularis in de school. Daarom is het goed van die externe opvoeders op de hoogte te brengen als het verblijf wijzigt.

Inzicht in tijd en ruimte

Hou er rekening mee dat, hoe jonger het kind is, hoe trager zijn subjectieve tijdsbeleving. Deze subjectieve beleving van de tijd kan je uitdrukken in een percentage van de leeftijd. De verblijfsregeling moet daarmee rekening houden.

Diverse studies tonen aan dat de subjectieve tijdsbeleving van één dag voor een kind van één jaar, even lang duurt als een maand voor zijn ouders van 30 jaar. Voor een kind van drie jaar zou één dag ongeveer even lang duren als anderhalve week voor zijn ouders. Dat verklaart ook dat de rouwperiode van een kind dat gescheiden wordt van één van zijn ouders zeer kort is. Het verklaart eveneens waarom zeer jonge kinderen een ouder niet meer lijken te kennen na een langere periode van scheiding met die ouder.

Dus hoe jonger een kind is, hoe korter de tijd is dat het kind kan verdragen van gescheiden te zijn van één ouder. Uiteraard zijn de cijfers verder in dit document gemiddelden. Daarenboven moet je er rekening mee houden dat deze zaken moeilijk te meten zijn. Zowel de betrouwbaarheid als de validiteit van de metingen laten immers te wensen over. Verder zijn er grote spreidingen binnen dezelfde groep. Iets wat trouwens dikwijls het geval is bij psychologisch onderzoek. Toch is het een empirisch model dat we als handvat kunnen gebruiken. Uiteraard moeten we rekening houden dat ieder kind hierin verschillend reageert.

Hechting

Om zich goed te kunnen hechten moeten kinderen regelmatig contact hebben met beide ouders. Dit geldt vooral voor kinderen vanaf ongeveer zes maanden. Het is ook vanaf die leeftijd dat kinderen beginnen te beseffen dat de ouder die ze niet zien, niet ophoudt van bestaan.

Dat is trouwens één van de redenen waardoor kinderen beginnen te protesteren na een scheiding met één van hun hechtingsfiguren. Dit is meermaals onderzocht door dokter Lamb, de wereldspecialist als het gaat over hechting van kinderen. Dit in tegenstelling tot de oudere theorieën van Bowlby. Bowbly stelde dat kinderen eerst gehecht zijn aan de moeder en pas vanaf 6 maanden begonnen te hechten aan de vader. Waar onderzoekers het wel mee eens zijn is dat de hechting begint met de ouder of opvoeder die het meeste zorg besteed aan het kind vanaf zeer jonge leeftijd.

Het is ook heel belangrijk dat hechtingsfiguren verschillende soorten zorg besteden aan het kind. Zowel eten geven, het slaapritueel, spelen, en later, vanaf de schoolperiode, ook de verantwoordelijkheden opneemt voor het helpen aan studeren en huiswerk, sport, cultuur en sociaal contact. Naarmate het ouder worden, vinden de kinderen de verantwoordelijkheden die de ouders nemen trouwens belangrijker dan de quality time.

Beide ouders verschillen in hun interacties, hun manieren van bezig zijn met hun kinderen. De kinderen hebben beide, dikwijls complementaire manieren nodig om zich harmonisch te kunnen ontwikkelen.

Aangepaste duur van een scheiding met hechtingsfiguren

Zowel dokter Michael Lamb als professor Joan Kelly, beiden de wereldspecialisten in onderzoeken naar hechting van jonge kinderen en respectievelijk van scheidingskinderen zijn het eens met de aangepaste duur van de scheiding van de hechtingsfiguren.

Het is volgens hun duidelijk dat de behoefte van de kinderen om niet te lang gescheiden te worden van de personen waar ze aan gehecht zijn, evolueert met hun leeftijd. Beiden spreken over een maximum van 3 tot 4 dagen voor een kind van 3 tot 6 jaar, en over 5 tot 7 dagen voor oudere kinderen.

De Franse psychoanalyticus dokter Maurice Berger heeft vooral onderzoek gedaan bij baby’s en peuters. Volgens zijn onderzoeken zouden kinderen jonger dan één jaar, iedere ouder op zijn minst 2 tot 3 keer per week moeten zien gedurende enkele uren. Vanaf één jaar zou er minimaal een nacht aan toegevoegd moeten worden. Vanaf drie jaar zeker een volledig weekeinde met twee nachten. De onderzoeken van dokter Maurice Berger zijn echter gebaseerd op kleinere, en dus minder representatieve steekproeven. Dit in tegenstelling tot de onderzoeken van professor Joan Kelly.

Een progressieve kalender

We gaan dus uit van een geleidelijke evolutie van de vaardigheden van een kind. Als we daarvan uitgaan kunnen we een progressieve kalender maken die aangepast is aan de leeftijd van het kind.

De verblijfsregeling moet optimaal aan de cognitieve evolutie van een kind aangepast worden. Hanteer de regel dat een kind niet meer dagen gescheiden mag zijn van één van zijn ouders dan het jaren oud is.

Een regeling die goed verwerkt wordt door een jong kind wordt uiteraard ook goed verwerkt door een ouder kind. Dus bij een gezin met meerdere kinderen kan men zich dus richten naar de leeftijd van het jongste kind.

Wijzigen van een verblijfsregeling

Het gebeurt regelmatig dat ouders een verblijfsregeling van hun kinderen willen wijzigen vanaf het begin van een school. Geen goed idee. Het naar school gaan, of veranderen van school geeft al genoeg stress voor jonge kinderen. Doe dit in twee stappen. Bijvoorbeeld eerst naar de instapklas en tijdens de eerste vakantie een gewijzigde verblijfsregeling.
Grote veranderingen zijn er al als het kind naar school begint te gaan, maar ook de overgang naar de lagere school en middelbare school brengt veel stress mee. Zoals veel verschillende leerkrachten, een andere manier van studeren, verantwoordelijkheden.

Dus geen grote wijzigingen samen met het begin van de instapklas, eerste kleuterklas, eerste studiejaar, eerste middelbaar.

Bemiddeling

Bemiddeling kan hierin helpen. De bemiddelaar bespreekt met jullie, naast je eigen bekommernissen, de bekommernissen van de kinderen. Eventueel gaat hij gesprekken aan met de kinderen. Dit gebeurt meestal zonder de ouders om loyaliteit van de kinderen uit te sluiten. Daardoor zijn deze gesprekken ook zeer interessant voor de ouders. Een bemiddelaar is immers meerzijdig partijdig en zal de ouders helpen de bekommernissen van hun kinderen beter te begrijpen.

Gesprekken met kinderen zullen afhankelijk zijn van de opleiding van de bemiddelaar. Een bemiddelaar die psycholoog of psychologisch consulent is zal meer aandacht hebben met het psychisch welzijn van de kinderen. Maar onafhankelijk van de opleiding van de bemiddelaar zal het welzijn van de kinderen steeds van primordiaal belang zijn.

Heb je vragen of twijfels, of zit je met een probleem met de kinderen, mag je uiteraard steeds met mij contact opnemen. Stel vrijblijvend een vraag of maak een afspraak.

Comments are closed.